Programma
Tijdens deze praktijkgerichte cursus worden de volgende thema's behandeld:
1. Basisbegrippen
Jargon doorgrond
- Hoe werkt financiële logica?
- Waarom zijn uitgaven nog geen kosten?
- Waarom zijn ontvangsten nog geen opbrengsten?
- Hoe werkt het kasstelsel?
- Wat is het verschil met het stelsel van baten en lasten?
- Begrippen voor not for profit instellingen en profit ondernemingen?
- Hoe kun je jargon, zoals passiva, ebitda, afschrijvingen, agioreserve, ronce, materiële lasten, etc. doorgronden?
- Wat moet je weten over het wettelijk kader, GAAP en IAS?
- Hoe ziet de financiële rapportage van uw eigen gesimuleerde winkeltje er uit?
- Hoe ver krijg ik inzicht in resultaat, vermogen en kasstromen?
2. Investeren
Welke activiteiten kiezen we?
- In welke projecten moeten we investeren?
- Hoe kun je een investeringsvoorstel financieel onderbouwen?
- Wat is het verschil tussen capex en opex?
- Wat is er mis met Return On Investment?
- Hoe bereken je de netto contante waarde?
- Wat is het nut van terugverdientijd?
- Waar moet ik de interne rentabiliteit mee vergelijken?
- Hoe bereken ik de effecten van een besparingsinvestering?
3. Kostprijsberekening
Wat kost het?
- Hoe kan ik de kostprijs van een goed of dienst uitrekenen?
- Verschillende kostenconcepten voor verschillende toepassingen?
- Hoe werkt de kosten verdeel- en dekkingen staat?
- Op welke manieren kun je indirecte kosten (overhead) doorbelasten?
- Wat is het nut van activity based costing?
- Rekenen we met een integrale kostprijs of gebruiken we direct costing?
- Wat kost het maken van een boekenkast?
- Wat kost het aanleggen van een rotonde?
4. Budgettering
Hoe beheersen we de activiteiten?
- Wat kun je budgetteren
- Wat kan ik met een liquiditeitenbudget?
- Hoe stel ik een kostenbudget op?
- Hoe leiden verschillende allocatiekeuze tot verschillende afdelingskosten?
- Hoe maak ik ene verschillenanalyse?
- Wat is het nut van hoofdkostenplaatsen en hulpkostenplaatsen?
5. Financiering
Wie gaat dat betalen?
- Waar moet je op letten voor een logische financiering?
- Watbetekent de "gouden balans" regel?
- Welke vormen van eigen vermogen en vreemd vermogen kun je onderscheiden en wat zegt me dat?
- Waar let de bank op bij een financieringsaanvraag?
- Is leasing voor ons nuttig?
- Welke vormen van lease kun je onderscheiden en wat is voor mij van toepassing?
- Hoe kun je "off balance sheet" financieren?
- Hoe lees ik de financiële pagina's uit de krant: aandelen, obligaties, opties; wat kost een varken op de termijnmarkt?
- Wat wordt bedoelde met "aandeelhouderswaarde"?
6. Jaarrekening
(resultatenrekening, balans en kasstroomoverzicht) lezen
Hoe schrijven we het op?
- Financiële rapportages lezen en doorgronden?
- Wat staat er in de jaarrekening: de balans, de resultatenrekening, het kasstroomoverzich en de toelichting?
- Wat zeggen mij o.a. de posten: goodwill, materiële vast activa, deelnemingen, voorraden en onderhanden werk, voorzieningen?
- Hoe kan ik de financiële gezondheid beoordelen?
- Wat kan ik met ratio's en kengetallen?
- Welke prestatie indicatoren kan ik toepassen?
- Wat zeggen mij de begrippen solvabiliteit, rentabiliteit, liquiditeit, marge, debiteurendagen, omloopsnelheid, aangewend vermogen, return on capital employed, cash flow en P/E ratio?
- Hoe maak ik een break even calculatie en wat kan ik er mee?
- Hoe kan ik ratio's zelf toepassen?
7. Fusie en overname
- Waardebepaling van onderneming?
- Hoe werkt dat bij een verzelfstandiging?
- Hoe kun je een overname structureren: aandelentransactie of activa/passiva transactie?
- Wat zijn consequenties voor het personeel?
- Hoe zit dat met "lijken in de kast"?
- Wat zijn de fiscale gevolgen?